Wereldburgerschap


Wereldburgerschap komt tot uiting in het hele wezen van de school. De school wil kinderen niet alleen kennis bijbrengen, maar ook sociale vaardigheden om hen voor te bereiden op hun verdere schoolloopbaan en hun plaats in de maatschappij. Het uiteindelijke doel is dat ze zich thuis voelen in de samenleving en hun steentje hieraan bijdragen. Respect voor iedereen, ondanks ras, religie, geslacht, et cetera, staat hierin centraal. Uitgangspunt hierbij zijn de mondiale waarden en normen zoals die zijn weergegeven in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en die van het Kind.

In de schoolcultuur komt dat tot uiting in de wijze waarop gewerkt wordt aan de volgende waarden en normen:

  • Wederzijds respect: elkaar respectvol en accepterend behandelen (leerkrachten en leerlingen). Dit thema wordt uitgebreid met vragen als: hoe kunnen we opkomen voor mensenrechten, voor de rechten van de vrouw of van het kind, als we al geen respect voor elkaar kunnen opbrengen?
  • Zorgvuldigheid en geduld: voorzichtig en respectvol met elkaars gevoelens, ideeën of bezittingen omgaan, maar ook met maatschappelijke thema’s als energie, water, milieu en leermiddelen.
  • Rechtvaardigheid: iedereen heeft recht op goede ontwikkelingsmogelijkheden ongeacht sekse of ras. Eerst wordt gekeken naar de eigen school of klassensituatie, maar vervolgens wordt dit thema ook in mondiaal perspectief geplaatst.
  • Verantwoordelijkheid: leerlingen (en leerkrachten) zijn verantwoordelijk voor de consequenties van hun eigen handelen, zowel ten opzichte van de medemens als ten opzichte van zaken in mondiaal perspectief, zoals het milieu.
  • Solidariteit: leerlingen (en leerkrachten) werken samen en dragen samen verantwoording voor de groep. Zij springen in als leerlingen dreigen af te haken, komen voor elkaar op als men in moeilijkheden zit, zetten gezamenlijk de schouders onder een waardevolle actie. Solidariteit betekent ook betrokkenheid bij misstanden in de wereld en de behoefte om daar iets, binnen het eigen vermogen, aan te doen.
  • Moed: leerlingen (en leerkrachten) maken eigen keuzes en moeten een eigen mening kunnen hebben en deze ook durven uiten, los van wat men in het algemeen vindt.