Universele waarden en normen

Er wordt binnen de school nadruk gelegd op de mondiale waarden en normen zoals die staan weergegeven in de ‘universele verklaring van de rechten van de mens en die van het kind’. In de schoolcultuur komt dat tot uiting in de wijze waarop we werken aan de volgende waarden en normen:

Wederzijds respect en goed gedrag: Respect betekent aanzien, eerbied of waardering, die men heeft voor (of ontvangt van) iemand vanwege zijn kwaliteiten, prestaties of vaardigheden. Het woord betekent oorspronkelijk omzien naar, en vandaar rekening houden met. Het begint met het respectvol en accepterend behandelen van elkaar (leerkrachten en leerlingen), maar dit thema wordt uitgebreid met vragen als: hoe kunnen we opkomen voor mensenrechten, voor de rechten van de vrouw of van het kind, als we al geen respect voor elkaar kunnen opbrengen?

Onder goed gedrag wordt verstaan dat je aardig voor elkaar bent, elkaar respecteert, naar elkaar luistert, je aan de regels houdt en andere ook aanspreekt n.a.v. de voorgeschreven regels.

Naastenliefde en solidariteit: Het omkijken naar andere mensen en zich medeverantwoordelijk voelen voor het welzijn van zijn medemens, ongeacht de specifieke kenmerken van die personen, zijn blijken van naastenliefde.
Solidariteit is het bewustzijn dat alhoewel individuen verschillende taken, interesses en waarden hebben, de orde en samenhang van de maatschappij afhangt van het elkaar kunnen vertrouwen voor het uitvoeren van die specifieke taken. Dit houdt in dat individuen inzien dat het verdedigen of het verder helpen van andermans belangen uiteindelijk in het belang van het individu zelf is. Het kan daarmee bijdragen aan de sociale cohesie.

Solidariteit staat ook voor samenwerken en samen verantwoording dragen voor de groep. Ook inspringen als leerlingen dreigen af te haken, voor elkaar opkomen als men in moeilijkheden zit en gezamenlijk de schouders zetten onder een waardevolle actie horen hierbij. Solidariteit betekent ook betrokkenheid bij misstanden in de wereld en de behoefte om daar iets, binnen het vermogen, aan te doen.

Zorgvuldigheid en geduld: We gaan voorzichtig en respectvol met elkaars gevoelens, ideeën en bezittingen om, maar ook met maatschappelijke thema’s als energie, water, milieu, leermiddelen. We zijn bijvoorbeeld ook zorgvuldig en geduldig met de beschikbare of benodigde tijd die nodig is voor bepaalde zaken (opdrachten, werktempo, leerontwikkeling een dergelijke).

Duurzaamheid: Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die tegemoet komt aan de levensbehoeften van de huidige generatie, zonder die van de toekomstige generaties tekort te doen. Het gaat hierbij om economische, sociale en leefomgevingsbehoeften. Voorbeelden op school hiervan energiebesparing en inzet van kosteloos materiaal.

Moed: Moed is de morele kracht waaruit je ondanks angst, conflict en tegenslag, handelt naar eigen opvattingen en geweten. Handelen uit moed leidt tot een positieve zelfbevestiging. Op school verstaan wij hieronder: presenteren, de ander aanspreken, uitkomen voor je mening, oplossen van conflicten etc. Je mag eigenwijs zijn maar zonder mensen te kwetsen.